kualalumpurmetvis.reismee.nl

Australië ff snel, vanwege gebrek aan internet en bereik

Tis een hele kluif dus maak je borst maar nat! Njoy..

Na een avondje in de Magnificent Fish and Chips, met collega's van Ernst, komen we thuis in een leeg huis. Nou ja, de meubels staan er nog, want die waren gehuurd, maar het klinkt behoorlijk hol allemaal. Het beste is dan ook maar meteen met zijn allen tegelijk naar bed te gaan . Voor de kinderen was het al laat en voor ons was het ook geen probleem, want na wat biertjes slaap je toch al wel. Niemand had dus na kunnen denken over dat het onze laatste nacht in het huis zou zijn, en dat is maar goed ook. Vrijdag ochtend moest er nog het een en ander gedaan worden, en we hadden een strak schema. Om negen uur moesten de koffers bij vrienden afgezet worden, maar het begon er al mee dat dat iets te voorvarend gepland was. De hamster moest nog een schoon hok, de kinderen waren niet op tijd wakker (wat eigenlijk wel lekker rustig was maar toch ook weer niet handig want ik kan niet alles alleen). Ernst moest nog naar kantoor tot negen uur en had de auto mee, en ik had nog lang niet alle losse dingetjes in de koffers zitten (die overal weer opduiken). Dus Ernst komt thuis 'ja, klaar? We moeten opschieten!' ' Wel godver....ik ben nog lang niet klaar en loop al drie dagen in te pakken en nog lukt het niet en jij doet niks, alleen maar werken en een beetje met de computer hannesen en de snoertjes van de tv in een doosje stoppen, en nu zeg je dat we op moeten schieten?' Nou ja zoiets dus....stresssss. O ja, en om elf uur komen ze de auto ophalen (ook gehuurd) en om één uur komt de taxi, want dan moeten/mogen we naar het vliegveld. Uiteindelijk is het allemaal prima gelukt en wachten we (na een klein emotioneel afscheid met Janne en haar tweede familie (de adoptiepapieren lagen al klaar ;-)) op de taxi die ons al vaker naar Klia heeft gebracht. Hmmm, dat duurt wel erg lang. Gelukkig hebben we hem heel op tijd laten komen anders waren we veel te laat aangekomen. Op de minuut arriveren we bij de juiste terminal en kunnen we meteen inchecken en doorlopen naar de gate. Is nie zo heel fijn vertrekken, maar we zitten in ieder geval in het goede vliegtuig naar Bali. Dat was goedkoper, maar de vluchttijden waren uiteindelijk niet zo heel handig. Wat ook niemand erbij had verteld is dat je een inreis visum en een uitreis service betaling moet doen in, het liefst, Rupia's (die we natuurlijk niet hadden) of dollars. Wij waren ruim op tijd en konden dus nog wat drinken alvorens we de koffers weer moesten inchecken voor de vlucht van Bali naar Darwin (die om half twaalf 's avonds vertrok). Zijn we aan de beurt vraagt die baliemedewerker of dit alles is dat we hadden. Alleen een paspoort? 'Uh, ja is dat niet genoeg. Met het Indonesië visum erbij is dat toch voldoende?' Hij roept er een meneer bij. 'Is dit echt alles dat jullie hebben? Geen digitaal visum voor Australië, misschien?' 'Nee, moet dat dan?' Blijkt dat je een visum moet hebben voor Australië!! Nou daar sta je dan met je goeie gedrag. Geen visum is geen reis naar Australië..... Ja maar kunnen we dat daar niet kopen bij binnenkomst? Nee , dat kan niet. Het moet vanuit niet Australië aangevraagd worden. Of we een laptop bij ons hebben? Dan kun je proberen om via internet nu meteen vier aanvragen te doen. En dat kan alleen in dat ene café met gratis wifi buiten, hier om de hoek. Jullie hebben zijn gezicht niet gezien, maar het voorspelde niet veel goeds. Wij als een gek naar buiten, snel die laptop aangesloten, code opgevraagd en op het web vier aanvragen voor een visum gedaan. Blijkt dat er minstens twee weken overheen gaan voordat zo'n aanvraag goedgekeurd wordt. Hmmm... Maar we gaan er toch vanuit dat het allemaal goed komt....het moet gewoon. We staan al in Bali, halverwege Darwin , onderweg tijdens onze laatste grote reis van de komende jaren. En weet je wat nog het ergste van alles was? Dat het visum nog gratis is ook! Waar gaat het over?!? En eigenlijk wisten we heel goed dat je een visum nodig had, want op de boekingssite van Air Aisia kwam iedere keer een melding of je je reisdocumenten wel in orde had voordat je ging boeken. Ahum....wij zijn niet eigenwijs. Nederlanders hoeven toch zeker geen visum, die mogen overal naar binnen, toch? Snel kijken of we al een bevestigingsmail ontvangen hebben. Jaaaahh die van Max is goedgekeurd!! Snel, weer terug naar die meneer aan de incheckbalie. Hij stond al op ons te wachten en zij konden in het systeem zien hoe het met de aanvragen stond. Drie okee, nog één te gaan.... Yes! Alles okay, groen licht, we mogen mee, pffff....

Na een vlucht van een uurtje of twee en een half landen we alweer in Darwin. Vier uur 's ochtends. Wat te doen? Slapen, hangen, hapje eten, hangen. Eindelijk wordt het half acht en kunnen we met de taxi naar het verhuurbedrijf om de camper op te halen. Een instructie DVD kijken, sleutels mee en off we go. Wat boodschapjes doen en dan op weg naar Lichfield National Park. Onderweg worden we al begroet door losvliegende papagaaien, da's een raar gezicht. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit papagaaien in het wild heb gezien. In ieder geval niet die witte valsaard uit Rio, hihihi. Of die witte van malle Pietje uit Swiebertje. Even een kijkje bij de Magnetic termietenheuvels (staan met de minst brede kant op het noorden, dus lekker koel). Een heel veld vol, het lijken wel grafstenen. Daarna wat eten en dan ff doorrijden naar de camping, midden in de bush. Luieren en slapen, de kinderen op de DS en in het zwembad (zo'n ronde met opstaande randen en een filter op de grond). Tegen zonsondergang nog even een avond wandelingetje, en zie daar ....de eerst kangaroe! (Walibi eigenlijk, want die zijn kleiner) Later die avond komen er ook nog twee miep, miep roadrunners voorbij gerend (zonder de wolf). Wat een dag, wat een dag. Op tijd naar bed en snel vergeten die dag. Morgen gezond weer op voor een mooi begin van een super vakantie!

3 juli

Via een oude tinmijn, een waterval met mogelijk opgerukte zoutwater krokodillen waardoor je niet meer mocht zwemmen, en een andere prachtige waterval waar je nog wel mocht zwemmen (140 treden naar beneden in een subtropisch bosje) komen we aan in Batchelor. Een oud mijndorpje waarvan de glorie vergaan is. Net voor de bebouwde kom zagen we een bosbrand, maar het leek er verdacht veel op dat deze expres was aangestoken. Er werd namelijk niet zo heel hard gerend om te komen blussen. Eenmaal op de camping was het tijd voor fish en chips in de campingbar. De volgende ochtend gingen de kinderen midgetgolf spelen en wij gingen boodschappen en tanken aan de overkant van de weg. Het enige winkeltje dat dit plaatsje had was tevens een tankstation. En niets over de vooroordelen die de Aboriginals aan hun kont hebben hangen, maar het valt wel op dat we ze nu twee keer gezien hebben in twee dagen tijd, en het enige dat ze doen (die wij gezien hebben dan) is met een volle tray bier naar buiten komen en slenteren langs de weg en hangen in het stadsparkje met zijn allen. Toevallig, denk ik dan maar. We gaan terug naar de camping om de kinderen op te halen om verder te trekken naar Kakadu National Park, aan de grens met Arnhemland (een groot gebied geheel in bezit van Aboriginals waar je een speciale vergunning voor moet aanvragen om daar naar toe te kunnen). Blijkt dat Janne de helft van het wisselgeld is verloren (20 dollar!). Na lang zoeken niet meer gevonden, helaas voor haar. Dat is dan zes keer geen ijsje als wij dat wel nemen, oe die is hard, maar hoe maak je anders een kind wijs dat het wel heel erg veel geld was dat ze is kwijt geraakt? En nu we het over kwijt geraakt hebben. Max is zijn aller, aller, allerliefste knuffel kwijtgeraakt L. Einde djie-djie tijdperk, snif. Zelfs ik ben er een beetje naar van geweest, is wel zielig hoor. Ik had me een ander einde voorgesteld, maar goed nu ik dit schrijf zijn we al een paar dagen verder en is hij er wel overheen geloof ik.

Kakadu is nog wel een eindje rijden en we besluiten om halverwege een rondvaart met een boot te maken op een rivier waar zoutwater krokodillen leven. De tour heet ‘Jumping Crocodilles' en dat was behoorlijk spectaculair. Om de honderd meter ligt wel zo'n ding in het water, dat ook nog eens naar de boot toe komt. Sommigen hadden geen zin, maar we hebben toch wel een aantal mooie foto's kunnen maken hoor, van zo'n jumping croc. Daarna was het nog twee uurtjes rijden naar een grote mooie camping helemaal in het niets. Vreemd dat je uren kunt rijden zonder een huis of überhaubt iets tegen te komen, en dan ineens staat er een camping met zwembad en behoorlijk wat faciliteiten. We zoeken een mooi plekje uit waar we in de avond vrij zicht hebben op de melkweg (straks is mijn brood weg). Ernst rijdt dwars over het grasveld want veel bezoekers zijn er niet. Waar hij even niet op gerekend had was dat er een tak niet op de goede hoogte hing waardoor we in plaats van eronderdoor, er tegen aan reden. Hetgeen resulteerde in een joekel van een kras over het dak, oepsiedesie. Kleinigheidje houd je altijd, gelukkig zijn we er tegen verzekerd (denk ik). De kinderen gaan zwemmen terwijl wij wel een biertje verdient hebben. Het valt ons op dat zodra je Darwin uitrijd je al meteen in de outback zit. Wat een contrast ten opzichte van Kuala Lumpur. Ook de temperatuur is anders. Net zo warm maar veel droger en dus heerlijk. De volgende dag rijden we naar het meest noordelijke puntje van het park waar je kunt komen zonder extra toegangsbewijs. Het is een gebied met rotstekeningen door Aboriginals gemaakt en waar je uitkijkt over een immense vlakte met prachtige natuur. Daarna via een dropje richting de volgende camping, een stoffige rode zandvlakte met een toiletblok en verder niks. Heel dicht in de buurt van een stroompje met krokodillen maar net ver genoeg om er geen tegen te komen op weg naar je douche (zeggen ze). Maar voordat we daar gaan staan , eerst nog langs de Nourlangie rots (ook met tekeningen) die prachtig rood kleurt tijdens de late namiddag. Daarna nog even een stukje wandelen rondom de mooiste Billabong (een ven in een landschap, die ontstaan is doordat de rivier in de buurt een keer een andere route heeft genomen, en daarna droogvalt in het droge seizoen en weer volstroomt in het natte seizoen) die in dit gebied aanwezig is. Een rondje van 2 km zou het moeten zijn ware het niet dat ergens op drie kwart van de route een groot bord staat met de mededeling dat het pad verder is afgesloten wegens te hoge waterstand, en je daardoor te dicht langs de waterkant moet lopen. Hetgeen normaal gesproken niet heel erg is, maar wel in krokodillenland. Dus moesten we weer terug. Kinderen mopperen natuurlijk. Maar we konden niet anders en het begon al te schemeren, dus we hadden haast. Want in een donker krokodillenland wil je al helemaal niet zijn. De schijtluizen dat we er zijn, hahaha. Het voordeel was wel dat de rots waar we net daarvoor geweest waren nu in een prachtig licht gezet werd. De ondergaande zon hier is overweldigend mooi. Alles wordt mooi rood en paars, en dus ook deze rots. Foto!! Even werden we nog verrast door een wild varken dat naar ons toe kwam lopen, maar gelukkig hadden we Janne bij ons die in knorrende varkenstaal het varken wegjoeg,hihihi. Op naar de camping waar de ranger een diapresentatie ging houden over geïmporteerde buffels en andere weetjes. Zomaar op een groot scherm midden in de bush. Je moest wel zelf je stoel meebrengen. Dat je lek geprikt werd door de muggen (welkom in de wetlands) moest je maar voor lief nemen. Nou ik was niet bij die presentatie (tja iemand moet toch voor het eten zorgen) maar ook ik ben helemaal lek geprikt. Normaal hoeven ze mij niet te hebben, maar aan deze kant van de wereld denken ze daar heel anders over, helaas. En jeuken! Bij Ernst zijn die bulten de volgende dag alweer weg, maar bij mij zitten ze er na drie dagen nog, en jeuken des te erger. Nu dus bijna alles open gekrabt, grrrr. Tijd voor verandering van omgeving. Op naar Katherine, de plaats van de mooie kloof door de rotsen.

Katherine

Doordat we nog even, voordat de zon onder gaat, en kleine wandeling wilden maken naar een natural pool gevormd door een waterval (hoe kan het ook anders) komen we in het donker aan in Katherine. De waterval lag in een prachtig gebied, maar je moest er wel ff voor lopen om er te komen. Hè bah, weer lopen (de kinderen dus, die zich overigens goed vermaken tijdens het rijden). Heerlijk gezwommen in het knal heldere water en mooie foto's gemaakt. Op zoek naar een camping dus. De eerste zit vol, vol? Hoe kan dat nou? Zo druk is het toch niet? De tweede camping bleek na lang wachten ook vol te zijn. Huh? Wat nu? Dan maar buiten het dorp (dat op de kaart groter lijkt dan het in werkelijkheid is) kijken of er nog een plaatsje op de big 4 camping te vinden is. In het pikkedonker vinden we uiteindelijk de weg en de camping. Gesloten (althans de receptie). Mochten we, volgens een formulier aan de deur, zelf een plekje uitzoeken op een veldje (zonder stroom)en dan de volgende dag betalen. In onze haast rijden we nog bijna een kangaroe omver, die voor onze lichten doorschiet. Geen idee hoe groot het veld is waar je komt te staan, laat staan hoe groot de camping is. Aan straatverlichting doen ze hier niet hoor. Janne ging haar tanden poetsen bij het toiletblok dat Max ongeveer had aangewezen. Je begrijpt al wat er gaat komen. Ze bleef wel erg lang weg, en na een zoektocht van ons beide vonden we haar, zachtjes huilend, op een donker pad tussen caravans en campers. Ocherm, ons schatje, helemaal verdwaald. De volgende morgen zagen we pas hoe de camping werkelijk in elkaar zat en besloten we nog een nachtje te blijven, op een plekje met stroom en lekker dicht bij de toiletten zodat niemand meer kwijt kon raken.

In de ochtend lekker buiten ontbijten (hou zuidelijker we komen hoe frisser het wordt)en op naar de kloof. Blijkt dat er nog maar drie plaatsen op de boot van vier uur vrij zijn. Op de vraag of we ook konden wandelen in het gebied werd wel positief geantwoord maar de afstanden waren aanzienlijk en het was er best warm zo midden op de dag, dus dat werd hem niet. Gevraagd of ze echt geen vierde plekje hadden zodat we allemaal mee konden, en gelukkig kon dat nog net. Strakke planning hoor. In de tussentijd zijn we terug gereden naar het dorp waar een hotspring was waar we heerlijk hebben gebadderd met de plaatselijke bevolking en dus ook een paar Aboriginals . Ze hebben hun uiterlijk ook niet mee hoor. Ze lijken heel boos en onaardig, maar zijn dat natuurlijk helemaal niet. De kinderen haalden allerlei toeren uit die onze kinderen in de verste verte niet na konden doen. Tja, verschil moet er zijn. Na het zwemmen een broodje bij de subway gegeten en ook daar liepen de Aby's te slenteren over straat, niks doend tegen een muurtje hangen en in en uit de bar komend. Nu begin ik toch wel een beetje te geloven dat die vooroordelen geen vooroordelen zijn. Alle winkelbediendes zijn blanken, waarom kunnen zij niet in een winkel als personeel werken? Waarom zijn zij geen pompbediendes, of werken ze op een camping? Ik heb werkelijk geen idee. En hoe komen zij dan aan geld? Ik bedoel dat bier is echt niet goedkoop, en de boodschappen eigenlijk ook helemaal niet. Krijgen zij subsidie ofzo? We snappen er geen snars van. Terug naar onze boottour door de gorges. Prachtig mooi weer, ook mede doordat het op het einde van de dag is en daardoor alles weer heel mooi rood en de lucht knal blauw wordt. De gids (bootsman) die we hadden was de eerst werkende Aboriginal die we tegen komen in Aussie! Het kan dus wel. Niet dat we er iets van konden verstaan, van zijn binnenmondse uitleg en aussie grapjes, maar dat had niets met zijn afkomst te maken. Op de weg van de boot naar de auto werden we vergezeld door uitvliegende vliegende honden (enorme vleermuizen) waarvan een aantal dames bang waren dus dat was wel grappig.

Vanuit Katerine zetten we koers naar Tennant Creek. Onderweg wordt ons aangeraden, door een tankbediende, te stoppen in ??? om daar een in een hotspring te gaan zwemmen. Zo braaf als wij zijn doen we dat en wat een prachtig plaatje was dat. Heel raar ook om tussen de struiken ineens in een tropisch paradijsje terecht te komen, met heerlijk warm knal helder water. Goeie tip! Daarna iedereen weer in de auto om op weg te gaan naar Tennant Creek. Waar we een rondleiding door een echte goudmijn krijgen met werkende machines en een heel enthousiaste oud mijnwerker die het zeer leuk bracht. Een lunch van zelfgemaakte hotdogs en op naar de volgende camping. Een roadcamping met houhakkers blousen en oude bebaarde mannen al aan de bar. Alsook hangende abby's rondom het benzinestation annex bar, motel, camping enz. Na een zeer koude nacht snel maar weer op pad naar Alice Springs dat nog eens een kleine 300km rijden is. Het is wel een beetje afzien weer 300km aan lange rechte weg te moeten zien, maar het is voor een goed doel. Namelijk Ayers Rock (je weet wel die rooie midden in Australië). Waar we ons wel een beetje op verkeken hadden thuis, was dat die rots nog eens 500km van Alice Springs verwijderd is!

Rond een uurtje of één bereiken we Alice Springs, alwaar we boodschappen doen en wat eten, voordat we doorrijden naar Ebenezer Mountain. Dan zijn we in ieder geval al een heel eind in de richting van de 'Rock'. Ook hier is het, het staat op de wegenkaart maar dan is er ook alles mee gezegd. Een gehucht van wel één benzinepomp annex, bar, café, camping (heel groot woord) en natuurlijk niet te vergeten, de hangplek voor abby's. Geen idee waar ze wonen, want in de wijde omtrek geen huis of hut te zien. Aangezien het al redelijk donker begint te worden en het weer ons niet meer gunstig gezind is, besluiten we om dan maar hier te blijven. We zijn de enigen op het braak liggende terrein, waar muizen naar hartelust over en weer rennen. Ook binnen in de bar cq receptie schieten, nou ja, lopen ze op hun dooie akkertje naar de overkant. Niemand die zich erom bekommerd, blijkbaar de normaalste zaak van de wereld. We gaan heerlijk onder de wol. Vroeg in de nacht voel ik onder mijn kont (we hebben een hoeslaken en daaroverheen een slaapzak over de slaapbank) iets wringen/krabben, zoals knabbeltje thuis ook wel eens kon doen als ze ergens tussendoor wilde wroeten. Ik dacht nog; dat is vreemd. Voel ik dat nou goed? Nee, vast niet....nog een keer. Hmm, ik heb maar flink met mijn kont terug geduwd en warempel dat hielp. De rest van de nacht de raarste dromen gehad over wat ik had gevoeld, om het een rechtvaardig iets te laten zijn. Iets wat heel normaal was en geen onraad inleidde. Na een uurtje of wat had, ik iedere keer op dezelfde plek hoog in mijn zij , behoorlijke jeuk. Ook op mijn onderrug jeukte het steeds. Na nog een keer krabben, dacht ik, waarom zit die jeuk daar? Zit er een kaartje in mijn t-shirt te kriebelen of zo? Ga ik met mijn hand aan de buitenkant van mijn shirt tot bijna onder mijn oksel en voel een enorm groot ding in mijn shirt zitten! Getverdemme.... Het is nog steeds donker, hè. Ik houd het stevig vast en trek mijn shirt binnenstebuiten uit. Het lijkt wel een enorme mot ofzo. Ik knijp er zachtjes in en het krakt alsof het een insect is. Ik rol mijn t-shirt op en leg het naast mijn bed op de grond neer. Kruip in bed en slaap verder. Dan wordt Janne wakker en ook Ernst moet van de kou naar het toilet. Aangezien het toiletblok best een eindje lopen was en we een toilet aan boord hebben, was de keus niet moeilijk. Na al dit oponthoud was ik toch eigenlijk wel benieuwd wat er nou in dat shirt zat? En omdat het licht nu toch aan was.... Ik klop het shirt in de ‘badkamer' langzaam uit en wat valt er op de grond?? Een muis, getverdemme een dooie muis!! (zo'n schattig spitsmuisje hè, niet zo'n dikke vette, maar toch!). Brrrrr....... Hoe is die daar in godsnaam terecht gekomen? En kneep ik hem dood of was hij dat al door mijn lieftallige kontje? Ik kan er niet meer van slapen. Zeker niet omdat we steeds iets horen knagen op het aanrecht, dat naast mijn hoofd zit. Ik heb wel vijf keer het licht aan gedaan, maar niks meer gevonden. Ik wordt er nog onpasselijk van als ik het opschrijf, bah!

De volgende ochtend snel inpakken en wegwezen. Helaas is het weer regenachtig en we besluiten om toch nog maar naar Kings Canyon te rijden (183km enkele reis, misschien klaart het morgen op en kunnen we de rots bij zonsondergang zien (dat schijnt het mooiste te zijn). Gelukkig hebben we er nog de tijd voor, en zetten we koers naar de Canyon. We lopen er een twee uur durende rotswandeling over de richel van de rotsen. Klinkt heel gevaarlijk en op sommige stukken was dat het ook (waarom hebben ze hier niet ff een hekje neergezet?) en kwam de gestreste en bezorgde moeder eens om de hoek kijken. Janne is bijvoorbeeld helemaal niet bang en huppelt en dartelt heerlijk, op haar gladde gympies, over de natte rotsen en keien. 'Kijk eens mama, een hele diepe afgrond'. We staan goddomme op ruim honderd meter boven de begane grond!

We slapen op een gratis camping aan de doorgaande weg (waar overigens na een uurtje of zeven niemand meer voorbij komt) en rijden de volgende ochtend richting Ayers Rock (300km). Helaas laat het weer ons een beetje in desteek, weer zwaar bewolkt.

Reacties

Reacties

henk en ine

we hebben met veel plezier jouw reisverhaal gelezen, wat schrijf jij gezellig je kunt wel een boek schrijven over jullie avonturen.
wij wensen jullie een goede terugreis en tot horens
een kus voor iedereen en groetjes uit geldrop

Tas

Kriigen we de rest ook nog te lezen ? Ik ben eigenlijk wel benieuwd naar de rest van de vakantie..
Je bent natuurlijk nu druk @home hihi

Tas

Oh ja.. die knuffel. Onze Bas heeft dat ook zo meegemaakt. Wij zaten op de boot naar Zweden en we kwamen eerder aan dan verwacht en moesten dus vroeger op dan we dachten dus stress stress stress op die boot. En in alle haast vergeten we 'Joko' onze Bas z'n knuffelaap. Huilen! En ik ook hahahaha! Ik vond het ook zo zielig, voor Bas en voor Joko.. helemaal zielig alleen op die boot achtergebleven.... hahahaha!

Tas

En getver, die muis!!!!! Ik zou het nog vijf dagen voelen kriebelen, jakkes!! Ik ben helemaal niet bang voor muizen maar in m'n bed en in m'n shirt... ieeekkss!!

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!