Het naderende einde van de vakantie in NZ
Het einddoel van vandaag was de Franz Josef Glacier aan de westkust. Omdat het bijna stormde leek het er in de verste verte niet op dat het vandaag nog droog zou worden. Voor ons niet zo heel erg want we hadden best nog wel wat te rijden. Onderweg boodschappen gedaan en een warme chocomelk gedronken. Toen we buiten kwamen was het ineens helemaal blauw. Hè, hoe kan dat nou? Genietend van het zonnetje rijden we verder via Ross, een vroegere nederzetting van een goudzoekers dorp. Je kon hier een pan huren voor 10 dollar per dag en dan kon je zelf goud gaan zeven. Ja duh, alsof er hier nog iets te vinden valt. Max denkt van wel. Ikke niet, want anders zou het hier veel drukker geweest zijn. We wandelen een kleine route via een beekje met een goud vindplek (maar door de vele regen is ook deze behoorlijk woest en valt er niks te zeven). Daarna berg op en door een prachtig mosbos via smalle paadjes langs goudmijn ingangen. Ik was de enige die geloofde dat het niet meer ging regenen vandaag en had dus geen regenjas aan. Jammer dan moeders, toch nat geworden, hi, hi. Maar wel goud gevonden hè!! De dames lieten de heren even wachten want die hebben nergens oog voor. Ja, voor de grote dingen maar details als goudfliebertjes in een klein waterstroompje, nee. En wij wel dus wij hebben echt goud gevonden. Je wordt er weliswaar niet rijk van maar toch. Een mopperende kinderhand is gauw gevuld. Het is wel grappig om mee te maken. Gelukkig hebben onze kinderen niet allebei op de zelfde dag een off day, maar om de beurt, en dan niet eens de hele dag. Ze zijn snel bijgetrokken als die saaie wandeling ineens heel interessant blijkt door goud te vinden of dat er een heel spannende hangbrug hangt, of dat we met de kabelbaan terug gaan, of dat mama ineens tikkertje gaat spelen. Op naar de gletsjer.
We komen vrij laat aan op een top 10 camping (waar we dus 10% korting krijgen) en het is best heel fris. Maar we hebben het geluk dat rond 8 uur de lucht weer blauw wordt en we zowaar de besneeuwde toppen van de tegenover liggende bergen kunnen zien. Volgens de mevrouw van de camping is het al een tijdje geleden dat het weer goed was, dus je hoort ons niet klagen. De volgende dag is het stralend blauw en dus een prima dag om ‘even' naar de voet van de gletsjer te lopen. Je kon een trip van een halve dag maken en dan ga je op de gletsjer met pikhouwelen en van die punten onder je schoenen, maar die was niet geschikt voor kinderen. En daarbij is het aanzicht mooier dan erop lopen (vind ik). We waren vrij vroeg dus het was nog niet druk. Er kwamen me toch blokken ijs via de smeltrivier naar beneden, daar werd je akelig van. Die zomer moet niet te lang duren hier anders is er straks niks meer van die gletsjer over! Althans dat lijkt zo. Ik vraag me toch al af hoe een waterval kan blijven stromen. Op een gegeven moment moet dat water toch op zijn. Zeker als het een regenwater waterval is. De wonderen der natuur zal ik maar denken. De ochtend was weer prachtig ingevuld en een beetje moe maar voldaan vervolgen we onze weg naar de Fox glacier die op een kwartier rijden verder ligt. Helaas blijkt de weg ernaar toe afgesloten te zijn (waarschijnlijk door de overvloedige regenval) en besluiten we niet de 5 km er naar toe te lopen maar door te rijden naar onze volgende bestemming. De kinderen hadden ook geen zin meer om te lopen (één gletsjer op een dag is meer dan genoeg, verwende nestjes). Onderweg hebben we ons weer zitten vergapen aan die mooie natuur die NZ rijk is. Het houdt maar niet op. Aan Bruce bay, een verlaten strand op de route, hebben we geluncht op de rotsen op het strand. Wat een leven....Onze namen zijn vereeuwigt op de keien die er lagen. (nou maar hopen dat het niet gaat regenen, het was namelijk met potlood). Na een poosje was het weer tijd om verder te gaan. Omdat het rijden erg opschiet besluiten we om verder door te rijden dan gepland. We gaan op zoek naar een natuurcamping net voorbij de Haast pas. Het weer was nog steeds mooi dus we konden lekker lang buiten zitten (dachten we). Het stikte er van de zandvliegen, kleine zwarte vliegjes die heel vervelend steken. Je voelt ze pas als het te laat is en we worden al snel in de camper gedreven. Het schijnt dat ze alleen rond de west kust zitten dus eigenlijk zouden ze hier niet mogen zijn want we rijden richting het zuid oosten, naar Queenstown. Maar ja ze hebben geen kaart bij zich, maar jeuken enorm, zelfs na een paar dagen nog. Grrr...
Donderdag 30 december brengt ons naar Queenstown. We nemen de gondel naar boven alwaar het hele dal te overzien is. Het dorp of stad, weet ik eigenlijk niet zeker, staat bol van de outdoor activiteiten. Para-gliden, speedboot varen, raften enz. Wij houden het beschaafd en gaan sleeën. Met een karretje op wieltjes van een baan naar beneden. Eerst moest je het oefenbaantje doen en daarna mocht je op de gevorderden weg. Gaaf man!! Soms heeft meer gewicht hebben een voordeel, je gaat namelijk veel harder, whoa!! Ernst moest nog wat oogdruppels kopen,want die heeft ineens heel erg veel last van hooikoorts gekregen. Ha, ha hooikoorts in december, wie had dat nou gedacht dat ie nog eens hooikoorts met oud en nieuw zou hebben? Wij niet, maar hij heeft het wel dus....door het dorpje gewandeld, dat eruit zag als een après- ski plaatsje en heel veel leuke outdoor winkeltjes waar mama weer eens niet mocht kijken. Wel zagen we een groep toeristen met lange zwarte capes aan die op het punt stonden om mee te gaan met zo'n super wendbare speedboot. Terwijl het weer wat minder werd en zelfs fris met een windkracht 5 was ik heel blij dat we dat niet gaan doen. Ik wordt al misselijk van het idee van al dat geklots. De breakdance op de kermis is er niks bij en dat is al niet mijn favoriete attractie. Om wat tijd op ons schema te winnen besluiten we door te rijden naar Te Anau, in de richting van Milford Sounds ( een ‘must see' op NZ). We hadden de sounds eigenlijk al geskipt omdat dat nog eens 120 km enkele reis zou zijn en daar hadden we geen tijd voor, maar nu alles zo voortvarend gaat proberen we het toch. Om 7 uur 's avonds bereiken we Te Anau, een toeristisch dorpje aan het begin van de zeer pittoreske route naar Milford Sound. Niet dat het druk is met toeristen maar het had gekund aan het aantal hotel en motels te zien. Blijkbaar is 30 december niet een dag om hier te zijn. Genoeg plek op de camping. We werden vooraf aan de reis gewaarschuwd dat we in een hele drukke vakantie periode zouden zitten met in karavaan rijden van plaats naar plaats maar ik weet niet waar iedereen is hoor, maar in ieder geval niet op onze route. Ook de campings hebben plek zat, ook zonder reserveren. We staan zo'n beetje om de dag op een camping met stroom. Dat moet van de kindertjes anders kunnen ze de DS niet opladen en dat betekent bijna 2 dagen zonder DS en dat kan natuurlijk niet. Ook wel handig om brood te roosteren in de ochtend dus stroom heeft zo zijn voordelen dat is waar. Vaak maken we gebruik van Top 10 campings die allemaal hetzelfde concept hebben. Het varieërt alleen wel een beetje in speeltuinen en jammer genoeg treffen we net iedere keer een camping met bijna niks aan speeltuin. Terwijl Janne elke keer wel vriendjes maakt op de trampoline of in de houten speelboot, is het Max die daar net iets te oud voor wordt en graag met zijn DS in het hoekje van de bank gaat liggen. Ach, hij heeft ook vakantie,toch? Wat eigenlijk iedere camping in NZ wel heeft en daar kunnen ze in Europa in ieder geval nog wat van leren, een keuken waar je met soms wel met 8 man op een rij je potje kan koken. Zelfs de pannen zijn te leen,niet helemaal ideaal maar als je backpacker bent en die zooi niet mee wilt of kunt nemen dan is dit een uitkomst. Je kunt er ook aan een tafel eten en buiten staan meestal 2 BBQ op gas waar je kunt BBQen. Alle toiletblokken zijn super schoon met toiletpapier en douches met heet water en ook nog een goeie straal. Vrij luxe dus.
Het is vrijdag 31 december en we gaan met de boot door het fjord varen. De route er naar toe is weer van een onbeschrijflijke schoonheid. Niet meer normaal gewoon. Op de foto's komt het niet tot uiting maar gelukkig staat het wel allemaal in onze herinnering gegrift. Na bijna 2 uur rijden komen we bij de sounds aan. Parkeren en hup op de boot. We varen een rondje door de fjord naar het gat naar open zee en keren daar weer om. Onderweg vergapen we ons weer aan de natuur en luisteren aandachtig wat de kapitein te vertellen heeft. We ontdekken zelf zeehonden, helemaal live op een rots! Voor het eerst in ons leven zien we zeehonden in het wild. Prachtig. De kinderen vermaken zich binnen met de gratis thee en lopen heen en weer van beneden naar boven en kijken een keer over de schouder van de schipper mee. Zij vinden het allemaal wel leuk als het maar niet te lang duurt. En achteraf zeggen ze altijd dat het saai geweest is, maar ze hangen wel over de reling wanneer we bijna onder een waterval varen of langs de zeehondjes. En toch was het saai. We moeten er maar alvast aan wennen dat alles saai wordt voor ze ben ik bang. Op de terugweg hebben we tijd om alle bezienswaardigheden onderweg te bekijken, en daardoor is het al gauw bijna avond en vinden we een natuurcamping aan een kabbelend watertje alwaar wij onze oud en nieuw nacht gaan doorbrengen. Heel even stiekem denken we nog dat we ergens een vuurpijl de lucht in zullen zien of horen gaan, maar we zijn bang dat we de rustigste en stilste oudjaars nacht van ons leven gaan beleven. De kids vielen om 23.00uur om van de slaap en speciaal voor hen hebben we een uur eerder de klappertjes die we hadden meegenomen laten knallen. Ook hier werden we overvallen door de zandvliegen dus er was weinig eer aan te behalen. Ook niet omdat al het kruid al uit de knalletjes was gevallen, dus een succes werd het niet maar goed we hebben het geprobeerd. Om twaalf uur precies stonden we met zijn tweeën dus zonder champagne elkaar aan te kijken. 'Ja jij ook een heel gelukkig Nieuwjaar!' Ik was al mijn tanden aan het poetsen (zo romantisch als ik ben) terwijl Ernst bedacht had te toosten met een glas rode wijn. Terwijl hij de halve avond loopt te zeggen dat we voor 12 uur op bed liggen want er gebeurt toch niks buiten. En ik wilde eigenlijk het magische moment ook hier wel eens meemaken. Nou, uiteindelijk werd het dus rode wijn en een toost op het nieuwe jaar en dat we nog maar heel veel mooie dingen gaan meemaken.
1 Januari 2011 begint prachtig. Een heerlijk ochtendzonnetje maakt ons wakker en we hebben een prachtig uitzicht op de besneeuwde toppen van de bergen om ons heen. Wat willen we nog meer? Na het ontbijt gaan we op weg naar Invercargill helemaal in het zuiden. Verder kan niet. Aan het einde van de middag gaan we op zoek naar een camping. De top 10 camping lijkt heel klein en heeft geen speeltuin, op naar de volgende dus. Die was bij iemand in de achtertuin en had ook geen speeltuin. De volgende dan maar. Na een aantal kilometers buiten de het dorp te zijn beland zijn we blijkbaar de camping voorbij gereden of hij bestaat niet meer, in ieder geval hebben we hem niet gevonden. Op naar de laatste camping in Bluff. Dat is nog eens 20 kilometer verder naar het uiterste puntje van het zuid eiland van NZ. Laat het een mooie zijn, want op het einde van een rijdag wil je eigenlijk niet meer. Het bleek nog meer bij iemand achter in de tuin te zijn. Neeejj!. Nu we toch bij het uitkijkpunt zijn dan gaan we ook maar even kijken. We zien Steward Island en verder helemaal niks meer. Antartica is het volgende station dat je tegen moet komen. Voor de derde keer rijden we door de geheel verlaten hoofdstraat van Invercargill. Het lijkt vergane glorie maar misschien is het omdat het 1 januari is? Ik hoop het voor ze. Uiteindelijk belanden we dan toch op de top 10 camping en blijken ze wel een trampoline en een piepschommel te hebben. Ook heerlijke warme douches en twee huishonden die voor onze deur komen liggen als welkom. Als je je dan niet welkom voelt weet ik het ook niet meer. De volgende keer toch maar even verder kijken dan ons neus lang is. Scheelt zo'n 60km.
2 januari brengt ons via de zuidkust naar de Caltins. Een baai waar boomstammen versteend zijn door de zee, mooie kliffen en een vuurtoren (Nugget point) met uitzicht op het oneindige en..... zeehonden, zeeleeuwen en de zeer zeldzame geel-oog pinguins. Prachtig om te zien die zeehonden. Je ziet ze van heel hoog en daardoor zijn ze goed te zien in het knal heldere water. De pinguins hadden er minder zin in. Vanaf een uitkijk hokje kon je het strand overzien waar ze zouden moeten zijn. We hebben er welgeteld 1 gezien maar die was wel grappig en we hebben er in ieder geval een gezien. Dat kunnen de kinderen niet zeggen want die zaten achterin de auto met drie Lego transformer achtige dingen te spelen. Ze hadden niet eens in de gaten dat we gestopt waren en dat we ff weg geweest zijn, terwijl we het ze nog gezegd hebben. En dan wel heel verdrietig dat ze die ene kans in hun leven, om een echte wilde pinguin te zien, verspeeld hebben. Op naar Dunedin. Het weer is best aan de koude kant en er is geen zonnetje te vinden. Het gaat zelfs ouderwets Hollands regenen. Dunedin, een studentenstad met een leuke uitstraling, zit geheel op slot. De studenten zitten thuis bij moeders met de was en wij kunnen nog maar met moeite een supermarkt vinden die open is. Kinderen willen niet mee dus dan maar met zijn tweeën boodschappen doen. Het was me toch freezing cold in die winkel, niet meer normaal. Snel de spullen inladen en op zoek naar een BP waar we korting krijgen vanwege die supermarkt. Diesel erin en we kunnen weer op weg naar een natuurcamping op de weg naar Oamaru (klein plaatsje aan de kust dat haar victoriaanse bouwstijl nog in ere heeft gehouden). De camping wordt via een heel spannend en smal gravel weggetje bereikt (in de regen). Leuk, leuk, leuk. Met beekje en grotten in de kloof. Morgen maar een seven rond kijken wanneer het droog is. Voor nu, potje koken en op tijd naar bed. De buitenlucht maakt ons moe. De volgende morgen regent het weer of nog steeds, dat is niet helemaal duidelijk. Ernst denkt zijn snor te drukken door voor te stellen dat wij gaan wandelen op zoek naar de grot en dat hij de camper op gaat ruimen (lees: koffiedrinken). Nou daar trappen wij dus niet in. Wel in de modder die het bospad vervaarlijk glad en glibberig maakt. Maar we hebben allemaal goede schoenen dus dat moet geen probleem zijn. Wel de overhangende tak waar Janne met haar lieftallige voorhoofdje pal tegenaan loopt. De oen! De grotten blijken niet zo heel indrukwekkend te zijn en we besluiten maar gauw weer terug naar de camper te gaan, voordat we helemaal zeiknat geregend zijn. Na de koffie zijn we gereed om op weg te gaan naar Mount Cook. Dé hoogste berg van NZ (3754m, daar waar Sir Edmund Hillary zijn trainingstochtjes heeft geklommen alvorens hij de Mount Everest heeft bedwongen). Een must see dus, en hopelijk laat de berg zich ook zien. Onderweg even gestopt in Oamaru alwaar wat souveniers gekocht worden in de vorm van kiwi oorbellen, kiwi knuffeltje, kiwi glazen standaard voor op een plateautje met led verlichting, twee T-shirts en een pet. Even een kerkje van binnen bekijken en dan is het alweer tijd om ff door te toeren naar Twizel. Ja, als je dorp zo'n naam heeft dan kan het ook niet anders dan dat we er pritzel, twister of sizzle sisters van maken. In ieder geval hebben ze wel diesel en een supermarkt dus da's wel handig. Maar we hebben alleen nog maar oog voor Mount Cook en of hij uit de wolken steekt. De weg ernaar toe is weer super. Nu een droge vlakte met maar weinig begroeiing. Twee meren die zo eng blauw zijn dat je bijna denkt dat ze er iets in gedaan hebben. En een enorme bergketen met gletsjers die je op een afstand al kunt zien. Prachtige namiddag zon dus fototijd. Om een uurtje of 6 komen we bij de voet van de berg. Helemaal in mist en wolken gehuld, da's nou jammer. Het waaide er wel knoert hard dus misschien werd het nog wat. Het werd er in ieder geval niet overnachten, daar was het te winderig voor. Misschien nog een wandelingetje? Nee, we gaan terug naar Twizel, daar was toch ook een camping? Of nemen we nog even de gravel road naar de Tasman gletsjer die de langste van de zuidelijke hemisfeer is (zeggen ze). Ondanks dat op de roadmap stond dat het verboden was voor gehuurde auto's, deden we net alsof we dat nou net niet gezien hadden. Op het bord stond niks dus dan mag het. Maar al snel werd duidelijk waarom en na een kilometer of 6 zijn we toch maar omgedraaid (daar waar het kon,want de weg was zo breed als een auto). Op de terugweg nog snel een keer omgekeken en wat bleek. De top van Cook was helemaal zichtbaar geworden! Snel een foto (of 3) en hop naar Twizel. Daar op een Holiday park gekampeerd tussen de lokale NZers. Iedereen hier heeft een boot en een hele grote tent, of hele ouderwetse brede caravans (waar we in NL niet meer mee durven rijden). We hadden het laatste plekje met stroom en stonden pontificaal naast het toilethutje op een verhoogd terras. De volgende ochtend nadat Ernst zijn wond (was ik vergeten te vertellen) opnieuw had bepleisterd gingen we na het ontbijt en de koffie op weg richting Christchurch aan de oostkust. Ik had tijdens het dumpen van ons afvalwater en het leggen van de het chemisch toilet een metalen klep (de eerste die we ooit zijn tegen gekomen hier in NZ) maar half op de grendel gezet en die donderde dus bijna op zijn voet die hij op het randje had staan. Hij kon hem wel net op tijd wegtrekken maar de klep schaafde nog wel half langs zijn enkel/scheenbeen. En dat deed pijn, dat was wel te zien. Soms voel je gewoon bij jezelf de pijn die het gedaan zou hebben als het bij jou was, en dat had ik nu ook. Auwww..... Via de toeristische route reden we van het ene landschap in het andere en kwamen terecht op een natuurcamping heel ver weg van de doorgaande weg, maar weer erg mooi en idilisch met stroompje en bos met wandelpad. 'S Nachts had het geregend en het gras was dus nat. Zo nat dat we met de camper niet meer het hellinkje omhoog konden rijden. We hebben wel 5x aan moeten halen en zelfs met duwen konden we niet voorkomen dat de achter wielen gingen spollen en slippen (achterwiel aandrijving). Euhhh, dan maar dezelfde route die we de heen weg ook genomen hadden en dat scheelde een heel stuk. Dat was minder steil dus iets makkelijker. Bij het ophalen van de camper bij de verhuur had ik al gezegd dat de banden wel erg weinig profiel hadden maar volgens de mevrouw was dat volgens de regels van NZ, daar hoef je niet zoveel profiel te hebben. Ook op gravel wegen voel je de auto al glijden en dat is niet ideaal maar goed we kwamen boven en konden op weg naar Kaikoura (walviskijk dorp). Het was overigens wel een geluk dat we niet omhoog konden met de auto anders was ik mijn gympen vergeten mee te nemen. Die stonden nl onder de auto te luchten (zweetkakken).
Kaikoura, de plek waar het ons eigenlijk allemaal om te doen was. We wilden heel graag met dolfijnen zwemmen én walvissen zien. In Picton toen we net op het zuider eiland aankwamen hadden we de keuze, of links om en de walvissen als toetje als laatste van de vakantie doen, of rechtsom en de walvissen als eerste zien. Het werd links om dus de laatste 2 dagen zouden we in Kaikoura zijn. (een dag speling, je weet het maar nooit). Op een top 10 camping met springkussen en een zwembad(je) dus de kids ook weer blij (zou je denken). Maar de stroom is het allerbelangrijkste want dan kunnen de DSen weer opgeladen worden. Nou ja zeg! 'S Ochtends om half 10 stonden we klaar om met de boot mee te gaan om naar de walvissen te kijken. Alles was netjes geregeld en ook het mysterie van de boot werd opgelost. Er was nl geen mogelijkheid voor een boot om aan te meren op de plek waar het whale centrum zat. We gingen dus met een pendelbus naar de zuid kant van het dorpje waar 5 boten lagen te wachten. Het waren van die stevige speed/jet boot achtige boten waar je met 40 man in kon. Netjes allemaal een goeie stoel waar je op moest blijven zitten tijdens de tocht naar het walvis gebied. Eenmaal in dit gebied mocht je buiten gaan kijken en een luchtje scheppen om zeeziekte te voorkomen. Tijdens de briefing werd al heel veel gehamerd op dat je kenbaar moest maken dat je last kon hebben van zeeziekte en dat je een homeopatisch pilletje voor 3 dollar daarvoor kon kopen. Want de kans was behoorlijk aanwezig dat we het er niet zonder kleerscheuren vanaf zouden brengen qua zeeziek zijn. De ochtend ploeg had het nog vrij rustig gehad op zee maar onze trip werd al wat heftiger volgens de kenners. De wind zou van 30 knopen aan kunnen trekken naar 40 knopen. Nou zegt mij dat niet zoveel maar nu weet ik wel dat dat heel hard is op open zee. Als je ooit de film 'The perfect storm' hebt gezien dan weet je het wel. Nou ik kan je vertellen dat we een behoorlijk heftige ochtend hebben doorgemaakt. De heenweg was nog redelijk te hebben. Onderweg werd er vanallles uitgelegd over walvissen en de soorten die we tegen zouden kunnen komen. Ook hoe ze de walvissen op het spoor komen. Dmv het opvangen van hun sonargeluiden weet een schipper of ze in de buurt zijn. Tijdens de eerste stop mochten we even naar buiten en zoeken of we een spuiter boven water konden vinden. Het ging in dit geval om de sperma walvis (vraag me niet waarom hij zo heet want het heeft er niks mee te maken) die meestal ruim een uur onder water blijft en dan adem komt happen, tien minuten aan het oppervlak blijft en dan weer duikt voor minstens een uur. We hadden dus niet veel tijd. Het kon dus ook zijn dat hij net gedoken was en dat je een uur moet blijven dobberen op open zee. En ik kan je zeggen het was geen dobberen. De golven waren behoorlijk hoog. Maar er was nog geen walvis in de buurt dus we moesten we terug naar onze stoelen om verder te zoeken. De tweede stop hadden we meer geluk. Er was er een (of meerderen) in de buurt! Iedereen in hoogste staat van paraatheid dat dek op (twee mensen hadden al gebruik gemaakt van die witte papieren zakjes die uitgedeeld werden (waarom weet ik ook niet)). De golven waren nu wel heel erg hoog. Nog even en hij zou boven water komen, nog een klein stukje varen (we mochten wel buiten blijven staan) en dan.....Iedereen weer naar binnen, de golven waren te hoog en het was te gevaarlijk om buiten te blijven staan. De schipper voer nog een klein stukje en toen kwam het onheilspellende bericht dat we mogelijk terug moesten naar de kust omdat het weer het niet meer toeliet om veilig op zee te zijn. Hij luisterde naar de radio en kustwacht en kreeg het advies terug te keren naar de kust omdat het binnen enkele minuten onhoudbaar zou worden. Nondeju!!! Maar achteraf wel blij dat de schipper voor veiligheid ging en niet nog even had doorgevaren om de walvis te vinden. God weet hoe lang het nog geduurd zou hebben. We hebben dus niks gezien en zijn nog 40 minuten hotsieknots met wel hoogte verschillen van 4 meter terug moeten varen. Zodra de bemanning de handgrepen vast gingen houden dan wist je al wat er komen ging. Niet grappig dus. De kapitein keek af en toe om om te zien of er al iemand kotsmisselijk was en hoe de gezichten van allemaal stonden. Nou het viel niet mee kan ik je zeggen en ik was blij dat we weer aan wal waren. Het eerste wat ik zei dat ik niet nog een keer zou gaan, dan maar geen walvissen. Janne was het met me eens, wij zouden niet meer gaan. Gelukkig hebben we nog een ochtend tijd om het nog een keer te proberen. Max en Ernst hebben opnieuw geboekt en de rest zouden we 80% van terug krijgen. Na 10 minuten buiten op het strand te hebben uitgewaaid kwam ik tot de conclusie het is nu of nooit en twee keer ongedane zaken terugkeren vanwege het weer lijkt mij onmogelijk. We gaan het dus morgen allemaal nog een keer meemaken, en hopelijk dit keer met meer succes en veel minder wind en golven. Leve de Walvissendroom! De rest van de dag was het prachtig weer, 27 graden en stralend blauw. De mooiste dag van de vakantie, die we nood gewongen hebben doorgebracht aan een kiezelstrand en kuststrook waar de zeehonden voor het fotograferen lagen. Ook heel vervelend. Nog maar een nachtje in Kaikoura dan, de laatste in NZ. Morgen om kwart voor 8 in de ochtend geven we weer acte de presence bij de walvisboot, good luck en duimen.
Reacties
Reacties
Is weer mooi om te lezen wat jullie allemaal meemaken. Jullie genieten er goed van. Ga zo door.
Hangbrug? ik weet er ook nog wel (oostenrijk)één jij ook natuurlijk moest er wel even aan denken.En als je de gletsjer grossglockner nu ziet is er ook bijna niets meer van over zoals wij er liepen langs de ijs spleten!Wel een heerlijk lang verhaal (thanks)deze keer.Intussen weer in KL natuurlijk.Groetjes Henk en Anneke
Verhaal en foto's; in een woord WAUWWWWWWW.
Geweldig.
Groetjes
Reageer
Laat een reactie achter!
- {{ error }}